Uitrusten en opladen: het verschil
- Ella van der Naalt

- 1 dag geleden
- 8 minuten om te lezen
Wandelen, knutselen, lego bouwen, koken, bakken, tekenen, schrijven: er zijn ontzettend veel dingen die ik leuk vind om te doen en waar ik oprecht energie van kan krijgen... Toch zijn er genoeg momenten waarop ik na een drukke dag op de bank beland, de televisie aanzet en vervolgens vergeet dat al die andere dingen überhaupt bestaan... vervolgens baal ik dan van mezelf dat ik mijn vrije tijd niet goed heb gebruikt. Herkenbaar? Dan ben je zeker niet alleen:
In dit artikel leg ik je uit wat het verschil is tussen passieve en actieve ontspanning. En hoe speciale interesses een belangrijke rol spelen voor onze gezondheid.
Actieve ontspanning: uitrusten en opladen het verschil
Toen ik in 2020 een burn-out kreeg, moest ik opnieuw leren kijken naar mijn energie: hoe werkte dat eigenlijk? Ik had lange tijd het idee gehad dat rust vooral betekende dat ik zo min mogelijk moest doen en zoveel mogelijk fysieke ontspanning moest opzoeken.
Als ik moe was, moest ik op de bank gaan liggen. Als ik een drukke dag had gehad, moest ik vooral niets meer plannen en lekker te tv aanzetten. Dat klinkt logisch, maar uiteindelijk ontdekte ik dat niet iedere vorm van rust hetzelfde effect op mij had... Dankzij mijn coaches en psychologen destijds, leerde ik over actieve ontspanning. Naast passieve ontspanning bestaat er namelijk ook actieve ontspanning: activiteiten waarbij je wel degelijk iets doet, maar waarbij je niet bezig bent met presteren, werken of voldoen aan verwachtingen.
Een wandeling maken omdat je zin hebt om buiten te zijn, een middag tekenen, koken zonder haast, een taart bakken, in de tuin werken of helemaal opgaan in een creatieve activiteit kunnen allemaal vormen van actieve ontspanning zijn.

Het bijzondere is dat je daar soms lichamelijk of mentaal wel iets voor moet doen, terwijl je je er daarna toch energieker door kunt voelen.
Niet omdat je jezelf hebt gedwongen om productief te zijn, maar juist omdat je aandacht op iets komt te liggen waar je plezier, nieuwsgierigheid of voldoening uit haalt. Dat is iets wat ik zelf steeds opnieuw ervaar... Want soms denk ik dat ik te moe ben om te gaan wandelen of om mijn atelier in te gaan, terwijl ik na een half uur ineens merk dat ik me anders voel.
Mijn hoofd is rustiger, ik ben meer aanwezig in mijn lichaam en ik heb weer het gevoel dat ik zelf iets aan het doen ben in plaats van alleen maar te reageren op alles wat er gedurende de dag op mij afkomt. Het is vaak precies het moment waarop ik denk: ja, ik ben er weer. Het gaat goed. Ik voel mezelf weer.
Wanneer je vooral aan het reageren bent
Dat laatste is voor mij misschien wel een van de belangrijkste inzichten geweest. Op een drukke dag kan een groot deel van mijn aandacht namelijk naar buiten gericht zijn. Er komt een berichtje binnen, iemand wil iets van me, er is een afspraak, er moet iets geregeld worden voor werk of er gebeurt onverwacht iets waar ik op moet reageren.
Voor je het weet ben je de hele dag bezig geweest met wat er op je pad kwam, zonder dat je bewust ruimte hebt gemaakt voor iets waar jij zelf zin in hebt.
Wanneer je dan eindelijk tijd hebt, ben je vaak zo moe dat de televisie de meest voor de hand liggende keuze wordt. Je hoeft alleen maar op de bank te gaan zitten en er komt iets naar je toe: en dat kan heel prettig zijn... en soms heb je dat ook gewoon nodig,
maar als je ontspanning voornamelijk bestaat uit consumeren en herstellen van alles wat er is gebeurd, kan het gebeuren dat je steeds minder toekomt aan de activiteiten die je een gevoel van plezier, creativiteit en eigenheid geven.
Daarom probeer ik mezelf steeds vaker af te vragen: heb ik op dit moment behoefte aan minder prikkels, of heb ik behoefte aan iets wat mij weer energie geeft? Dat zijn namelijk twee verschillende vragen. En wanneer ik overprikkeld ben, kan stilte en weinig doen precies zijn wat ik nodig heb. Maar wanneer ik vooral leeg ben omdat ik de hele dag heb gereageerd op anderen en op alles wat er moest gebeuren, kan het juist helpen om iets te gaan doen dat helemaal van mij is.

De rol van hobby’s in onze zelfontwikkeling
We praten veel over zelfontwikkeling alsof het vooral gaat over jezelf verbeteren. Een opleiding volgen, nieuwe vaardigheden leren, patronen doorbreken, grenzen stellen, productiever worden of werken aan persoonlijke groei. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar ik ben ook steeds meer gaan geloven dat zelfontwikkeling ook iets anders kan betekenen: jezelf leren kennen.
Vragen die je jezelf kunt stellen zijn bijvoorbeeld:
Wat vind ik eigenlijk leuk als niemand mij vertelt wat ik zou moeten doen?
Waar word ik nieuwsgierig van?
Welke activiteiten maken dat ik de tijd vergeet?
Waar krijg ik energie van?
Wanneer voel ik me ontspannen én levendig tegelijk?
Wat vond ik vroeger leuk om te doen als kind?
Hobby’s kunnen daar verrassend veel over vertellen, want ze laten soms een kant van jezelf zien die in het dagelijks leven weinig ruimte krijgt. Misschien ben je in je werk heel rationeel en gestructureerd, maar teken je thuis urenlang. Misschien ben je voortdurend bezig met zorgen voor anderen, maar kom je helemaal tot jezelf wanneer je in de tuin werkt. Misschien ben je in het dagelijks leven vooral bezig met wat praktisch en noodzakelijk is, terwijl je in je vrije tijd helemaal kunt verdwijnen in geschiedenis, muziek, fotografie, lego of een ander onderwerp...
Die activiteiten hoeven helemaal niets op te leveren om waardevol te zijn.
Ze hoeven geen onderneming te worden,
en je hoeft er geen Instagram-account voor te maken
en je hoeft er al helemaal niet goed in te zijn.
Soms is iets juist waardevol omdat het nergens naartoe hoeft.
Autisme en het belang van prikkelbalans
Toen ik in januari 2026 de diagnose autisme (lvl.2) kreeg, begon ik ook op een andere manier te begrijpen waarom deze balans voor mij zo belangrijk is. Natuurlijk wist ik al dat prikkels invloed op mij hadden en dat ik voldoende rust nodig had, maar door gesprekken met mijn therapeut en psycholoog ben ik veel bewuster gaan kijken naar de manier waarop mijn energie en prikkelverwerking gedurende de dag veranderen.
Bij autisme kan het verwerken van prikkels veel energie kosten. Dat gaat niet alleen om harde geluiden of drukke ruimtes, maar ook om sociale interactie, onverwachte veranderingen, veel informatie tegelijk, plannen, schakelen en voortdurend moeten reageren op wat er om je heen gebeurt. Wanneer je daar weinig herstel tegenover zet, kan de belasting zich steeds verder opstapelen.
Daarom is het voor mij niet alleen belangrijk om te kijken naar hoeveel prikkels ik binnenkrijg, maar ook naar het soort prikkels. Niet iedere prikkel is hetzelfde: een onverwacht telefoontje waar ik niets aan kan veranderen kan heel vermoeiend zijn, terwijl ik na een lange wandeling of een paar uur creatief bezig zijn juist meer ontspannen kan zijn dan daarvoor.
Het verschil zit voor mij onder andere in het feit dat ik die activiteit zelf kies en dat ik er plezier of betekenis uit haal. Het is een prikkel die mij niet alleen belast, maar mij ook iets teruggeeft.

Special interests
Een begrip dat ik door mijn autisme diagnose beter ben gaan begrijpen, is special interest. Daarmee wordt binnen de context van autisme een zeer sterke, vaak langdurige en intensieve interesse in een bepaald onderwerp of een bepaalde activiteit bedoeld. Dat kan werkelijk van alles zijn: dieren, geschiedenis, kunst, muziek, een bepaalde serie, computers, planten, astrologie enzovoort.
Een special interest is niet simpelweg hetzelfde als een hobby die je leuk vindt. De interesse kan veel intenser zijn en een belangrijke plek innemen in iemands dagelijks leven. Je kunt er helemaal in opgaan, er veel over willen leren en een sterke behoefte voelen om ermee bezig te zijn. Voor veel autistische mensen kunnen zulke interesses bovendien een belangrijke bron van plezier, focus en herstel zijn.
Ik vind het zelf mooi om daar anders naar te leren kijken. Want in plaats van te denken dat ik “weer helemaal ergens in doorsla” of dat een bepaalde interesse misschien niet nuttig genoeg is, kan ik mezelf ook afvragen wat die interesse mij geeft. Geeft het me rust? Geeft het me energie? Helpt het me om mijn aandacht te richten? Voel ik me hierdoor meer mezelf?
Voor veel neurodivergente mensen kunnen special interests namelijk ook onderdeel zijn van identiteit. Het zijn onderwerpen of activiteiten waarin je jezelf kunt herkennen en waarin je helemaal jezelf mag zijn, zonder dat je voortdurend bezig hoeft te zijn met hoe je overkomt of wat er van je verwacht wordt.

Soms is het juist moeilijk om te doen waar je energie van krijgt
En daar zit voor mij ook meteen de paradox. Juist wanneer ik het meest behoefte heb aan deze activiteiten, kan het soms het moeilijkst zijn om eraan te beginnen. Als ik moe ben, voelt het pakken van mijn spullen al als een enorme opgave. Dan is televisie kijken simpelweg makkelijker.
Dat betekent niet dat ik mezelf altijd moet aansporen om iets actiefs te gaan doen. Ik wil van actieve ontspanning geen nieuwe verplichting maken. Ook dat zou uiteindelijk weer een vorm van moeten worden.
Wat voor mij helpt, is het besef dat ik opties heb: want ik hoef niet altijd te kiezen voor de activiteit die het meeste energie geeft en ik hoef ook niet altijd iets te doen. Maar wanneer ik merk dat ik al een tijdje vooral aan het reageren ben, veel televisie kijk en ondertussen het gevoel heb dat ik mezelf een beetje kwijt ben, kan ik mezelf eraan herinneren dat er ook andere mogelijkheden zijn.
Misschien hoef ik geen lange wandeling te maken, maar kan ik tien minuten naar buiten. Misschien hoef ik geen heel kunstwerk te maken, maar kan ik mijn tekenspullen op tafel leggen. Misschien hoef ik geen ingewikkeld recept te koken, maar kan ik iets bakken waar ik zin in heb. Soms komt de energie namelijk niet vóór de activiteit, maar juist tijdens of erna.
Rust is niet altijd niets doen
Misschien is dat uiteindelijk wat ik door mijn burn-out en mijn ontdekkingsreis rondom autisme steeds beter ben gaan begrijpen: rust hoeft niet altijd stil te zijn.
Soms is rust daadwerkelijk niets doen. Soms heb je slaap nodig, stilte, een lege agenda en een avond op de bank. Maar soms is rust juist wandelen, creëren, spelen, koken, ontdekken of helemaal opgaan in iets wat je interessant vindt. Uitrusten en opladen: het verschil is duidelijk.
Voor mij is dat een belangrijk onderdeel geworden van goed voor mezelf zorgen. Niet alleen kijken naar wat ik moet verminderen, maar ook naar wat ik wil toevoegen. Niet alleen vragen: waar moet ik van herstellen?, maar ook: waar krijg ik weer zin van?
Want die activiteiten zijn uiteindelijk niet zomaar tijdverdrijf. Ze herinneren me eraan dat mijn leven niet alleen bestaat uit afspraken, verantwoordelijkheden, prikkels en dingen waar ik op moet reageren. Er is ook ruimte voor nieuwsgierigheid, plezier, creativiteit en spel. En misschien is dat wel een heel waardevol onderdeel van zelfontwikkeling: niet voortdurend proberen een betere versie van jezelf te worden, maar steeds beter leren herkennen wat jou energie geeft, wat bij je past en waardoor je je weer verbonden voelt met jezelf.
Dus als je de komende keer op de bank zit en merkt dat je eigenlijk al een tijdje nergens echt zin in hebt, hoef je jezelf niet meteen toe te spreken dat je “iets nuttigs” moet gaan doen. Je kunt jezelf ook gewoon eens vragen:
Wat zou mij op dit moment niet alleen laten uitrusten, maar me misschien ook een beetje meer mezelf laten voelen?
Misschien is het antwoord wel een wandeling, een paar uur tekenen, een pan soep maken, of een stapel papier en wat verf op tafel leggen en zien wat er gebeurt... En misschien is het antwoord helemaal niets: ook dat is informatie.
Het gaat uiteindelijk niet om de perfecte balans tussen actieve en passieve ontspanning. Het gaat erom dat je jezelf steeds beter leert kennen en ontdekt wat jouw lichaam, hoofd en leven nodig hebben om niet alleen door je dagen heen te komen, maar ze ook daadwerkelijk te beleven.
Dankjewel voor het lezen, liefs, Ella



Opmerkingen